Klachten bij kinderen

Ook kinderen kunnen klachten hebben die in relatie staan met het gebruik van de bekkenbodem.

De volgende klachten zijn gedefinieerd:
Fecale incontinentie.
Hieronder vallen eigenlijk alle klachten die horen bij het zogenaamde broekpoepen. Broekpoepen kan verschillende oorzaken hebben. Zo zijn er kinderen die een op zichzelf staande vorm van broekpoepen hebben solitaire broekpoepers genoemd. Dit komt veel voor bij kinderen die een informatieverwerkingsstoornis hebben als ADHD, ADD, syndroom van Asperger en ASS. Kinderen moeten op zoveel signalen uit hun lichaam letten en dat is niet altijd mogelijk, ze voelen gewoonweg niet dat ze ontlasting in hun ondergoed hebben.
Obstipatie is bij kinderen ook vaak de oorzaak van broekpoepen. De volgende problemen kunnen zich voordoen bij obstipatie: minder dan drie keer per week ontlasting, eens in de zoveel tijd een olifantendrol, buikpijn, broekpoepen door een overvolle endeldarm die als het ware met dikke ontlasting is dichtgedrukt, de dunne ontlasting uit hogere delen van de darm lopen als dunne brei vanzelf naar buiten. •
De therapie:
• Het eerste dat moet gebeuren is achterhalen of er sprake is van obstipatie of niet. Als dit het geval is, zal de behandeling bestaan uit sterk laxeren gedurende een zeer lange periode, zodat de endeldarm weer goed gaat functioneren.
• Het tweede dat voor alle broekpoepers geldt, is dat kinderen met een poepdagboekje structuur moeten aanbrengen in het poepgedrag, het eet-en drinkgedrag en het inzicht in de momenten van ongelukjes.
• Het laatste dat kinderen aangeleerd krijgen is hoe ze moeten poepen, welke spieren ze wel en niet moeten spannen en hoe ze met behulp van ademhaling een goede druk en ontspanning tijdens het ontlasten kunnen creëren.

Incontinentie voor urine
Hieronder vallen alle klachten die horen bij het overdag in de broek plassen. Bedplassen is meestal een probleem van totaal andere aard en wordt daarom apart besproken.
Overactieve blaas is een probleem waarbij kinderen vaak aandrang hebben en een patroon laten zien van veel kleine plasjes doen. Het kan zijn dat de blaas zelf onrustig is en als het ware verkrampt. Een kind reageert hier vaak op door op de hakken te gaan zitten of op het puntje van de stoel. Dit doen ze om even meer druk op de bekkenbodem te zetten, zodat ze mogelijk net geen urineverlies krijgen. Vaak is er na het verdwijnen van de blaaskramp geen noodzaak meer om naar het toilet te gaan. Kinderen met dit probleem kunnen een te hoge bekkenbodemspanning ontwikkelen, doordat deze spier steeds als noodrem moet functioneren bij de zogenaamde blaaskramp.
Dysfunctioneel plassen is een probleem waarbij kinderen een plaspatroon hebben (ontwikkeld) waarbij ze tijdens het plassen de bekkenbodem regelmatig even aanspannen. Je hoort dan dat kinderen niet in een straal plassen maar in etappes. Vaak gebruiken kinderen een buikpers om leeg te plassen.
Onderactieve blaas is een probleem waarbij kinderen nog maar heel weinig gaan plassen overdag, bijvoorbeeld 2-4 keer. De blaas kan een enorm volume urine opslaan en is daardoor overrekt geraakt. Hiermee is het goed legen van de blaas vaak verstoord. Dit kan uiteindelijk tot een zeer ongezonde situatie leiden, waarbij urine terugstuwt naar de nieren (reflux). Gelukkig komt dit niet veel voor. Wat wel vaker voorkomt is dat er urineweginfecties ontstaan door het slecht legen van de blaas.
De therapie:
• In eerste instantie is het bij deze groep kinderen ook weer heel belangrijk om een goede inventarisatie te maken van het plasritme en de momenten waar ongelukjes plaatsvinden. Met behulp van dagboekjes krijgen kinderen inzicht in wanneer ze moeten plassen. Hierbij hoort ook een goede uitleg over het hele ‘plasmechanisme’. Kinderen moeten goed begrijpen waardoor ze natte broeken hebben en waar ze aan moeten werken.
• In tweede instantie leren kinderen hoe ze moeten plassen. Hierbij hoort ook een heel stuk oefentherapie gericht op het verbeteren van het spiergevoel en het leren ontspannen. De bekkenbodemtraining vindt spelenderwijs en kindvriendelijk plaats. Een belangrijk feit is dat kinderen ook plasproblemen kunnen krijgen door een overvolle endeldarm (door de obstipatie). De blaas wordt steeds geprikkeld door deze overvolle endeldarm. Er is dan sprake van plas-en poepproblemen.

Bedplassen is ook een vorm van incontinentie, waarbij de bekkenbodem normaal gesproken geen rol speelt. Een klassieke bedplasser is doorgaans overdag droog, maar doet ’s nachts nog een hele plas in de broek. Dit is echter wel een probleem dat veel voorkomt bij kinderen. Omdat een kinderbekkenfysiotherapeut ook veel over dit onderwerp weet, is het op zichzelf een goede specialist om raad en therapie te volgen bij bedplassen.
Bij de behandeling kunnen verschillende strategieën gevolgd worden, maar uit onderzoek blijkt dat de plaswekkermethode verreweg de beste resultaten oplevert. Het is wel heel belangrijk dat de begeleiding hierin optimaal is. Daarbij hoort ook het onderzoek om met zekerheid vast te stellen dat uw kind last heeft van bedplassen.